Noordzee-adviesraad worstelt met Brexit

Hoe gaat de samenwerking tussen stakeholders op visserijgebied eruitzien na 31 maart 2019 als het Verenigd Koninkrijk de Europese Unie verlaten heeft? Die vraag houdt iedereen al geruime tijd bezig. Maar tijdens het gisteren in Brussel gevoerde overleg in de Noordzee-adviesraad (NSAC) bleek duidelijk dat het ook bij dit onderdeel van de Brexit onduidelijkheid troef is.

Na 29 maart 2019 is het Verenigd Koninkrijk (VK) geen lid meer van de Europese Unie, dat weten we allemaal. Maar de wereld draait wel door en ook op het terrein van het visserijbeleid blijft het VK een belangrijke speler. Kijk alleen maar naar het gedeelte van de Noordzee dat onder de soevereiniteit van het VK valt en ook naar de meer dan 100 visbestanden op de Noordzee en in de Westelijke wateren die gezamenlijk beheerd worden. Er zullen afspraken moeten komen over het beheer van de TAC’s, de toegang tot de wateren en tot de markt.

De tweede fase van de onderhandelingen over de Brexit zijn begonnen en de verwachting is dat deze tot oktober dit jaar zullen duren. Inmiddels wordt gesproken over een zogenaamde transitieperiode. Dit punt is opgebracht door het VK maar uit de informatie blijkt dat met name de Europese Unie (EU) bezig is dit onderdeel uit te werken. Er wordt hierbij gesproken over een termijn van 2 jaar, wat betekent dat deze in ieder geval loopt tot eind 2021.

Voor de EU is het duidelijk; ook visserij moet onderdeel uitmaken van de transitieperiode. Probleem is dat het VK op geen enkele manier duidelijkheid verschaft over haar positie, kennelijk als gevolg van interne verdeeldheid over de juiste aanpak en uitgangsposities. En dan is het lastig onderhandelen en nog moeilijker om afspraken te maken over de periode die voor ons ligt.

In de vergadering van gisteren werden de leden van de NSAC uitvoerig door de vertegenwoordiger van de Europese Commissie geïnformeerd over de voortgang van het Brexit-proces. In algemene zin, maar ook over hoe volgens Europa in de visserij een en ander ingevuld zou moeten worden. Europa wil gedurende de transitieperiode feitelijk een status quo en dat de EU, uiteraard in consultatie, het VK blijft vertegenwoordigen.

Toekomst

Voor de toekomst moeten er na “de scheiding” nieuwe afspraken komen over het beheer van de bestanden. Dit is nu dankzij het Gemeenschappelijk Visserijbeleid veiliggesteld door strenge beheersregels zoals de Maximale Duurzame Oogstregels (MSY-benadering). De EU wil continuering van deze afspraken en dat geldt ook voor regels rond aanlandplicht/discards etc. Hiervoor moet met het VK een overlegstructuur plus besluitvormingsproces komen, maar het is de vraag of dit op de Noordzee bijvoorbeeld nog steeds kan in de Scheveningengroep of dat hiervoor iets anders opgezet moet worden.

Hetzelfde geldt voor de positie van de Noordzee-adviesraad. De Britse visserijorganisaties en in het VK gezetelde NGO’s blijven volwaardig lid tot eind maart 2019 en voor de periode daarna (transitieperiode en periode na 2021) moeten er afspraken gemaakt worden. Immers, ondanks Brexit, zijn we op de Noordzee wel tot elkaar veroordeeld en dat is niet negatief bedoeld. Van belang is dat het VK op korte termijn met een Positiedocument komt. Volgens de VK-vertegenwoordigers in de NSAC komt informatie hierover snel naar buiten waarbij zij aangaven ook nog te niet weten waarmee de Britse regering voor de dag zal komen.

Gelukkig werd door zowel de Engelse als ook de Schotse vertegenwoordigers naar voren gebracht dat we niet buiten samenwerking kunnen in het belang van de vissers en het goede beheer van de visbestanden en wateren.

In de NSAC werd afgesproken dat er een kleine schrijfgroep gevormd zal worden die, zodra er meer informatie uit het VK komt, aan de slag gaat om een advies te schrijven hoe de toekomst van stakeholdersoverleg na Brexit eruit moet gaan zien, zowel gedurende de transitieperiode als ook voor de periode daarna. Uiteraard zal VisNed deelnemen in het schrijven aan dit advies, waarvan hopelijk resultaten zichtbaar zijn tijdens de vergadering van het Uitvoerend comité die in juni in Londen gehouden zal worden.

Overleg met Hélène Clark van DG MARE

Aansluitend aan de Brexit-vergadering was er een overleg met de Directeur Visserij - Noordelijke wateren Hélène Clark en haar staf. Deze vergadering was een vervolg op het overleg met Eurocommissaris Vella dat vorig jaar op Malta had plaats gevonden.

Tijdens deze bijeenkomst werd gesproken over de meest actuele onderwerpen, zoals Aanlandplicht/choke species, Noordzeemanagementplan, Technische Maatregelen, Controle-verordening en Brexit.

Bij het onderdeel Aanlandplicht is natuurlijk gewezen op de clash die in 2019 dreigt als alle gequoteerde vissoorten onder de aanlandplicht komen. De Commissie vroeg om een overzicht van de meest concrete situaties die binnen de bestaande regels/uitzonderingen niet op te lossen zijn. Ook de Commissie is van mening dat de aanlandplicht uit te voeren moet zijn voor de visserman. We moeten stappen zetten zodat politiek en NGO’s vooruitgang constateren in het tegengaan van verkwisting van vis. Dan zijn we al op de goede weg.

Onder het hoofdstuk Technische Maatregelen herhaalde de NSAC dat zij het voorstel van de Europese Commissie vanaf het begin positief heeft beoordeeld, in tegenstelling tot de op basis hiervan bepaalde positie van de Raad en het Europees Parlement. De Commissie gaf aan dat zij ook grote zorgen heeft over deze door Raad en Parlement ingenomen posities. Deze zijn op diverse belangrijke punten zo afwijkend dat het proces in de triloog erg ingewikkeld gaat worden.

Ongefundeerde discussie over Puls

De Commissie en de NSAC zijn het erover eens dat de discussie over Technische Maatregelen in het Europees Parlement gedomineerd werd door een ongefundeerde discussie over Puls. En dat het fundamenteel fout is dat de wetenschap en het wetenschappelijke advies op een volkomen bizarre manier gediskwalificeerd is. Wetenschap moet altijd de basis vormen voor de besluitvorming. Dit standpunt wordt eveneens duidelijk bevestigd door de binnen de NSAC actieve NGO’s.

Het vervolgtraject is dat de trilogen in maart zullen starten. Dan zal er bij met name de visserijministers van de belangrijkste lidstaten moeten zijn bewerkstelligd dat ze hun keuzes in alle redelijkheid baseren op wetenschappelijk onderzoek, om het Europees Parlement in deze onderhandelingen te kunnen isoleren. De Europese Commissie is nog steeds positief over de puls. Volgende week komt de Demersale werkgroep van de NSAC bij elkaar. VisNed zal de Europese collega’s en NGO’s vragen om een krachtig statement pro-Puls richting de partijen in Brussel af te geven.

Meer weten over Brexit? Bekijk al onze artikelen in ons archief

Gerelateerde berichten

Inloggen