Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Looptijd project:                    

1 maart 2016 – 31 maart 2019


Hoofdaanvrager:


VisNed


Wetenschappelijke begeleiding:


Wageningen Marine Research

Financiering:                          


Dit project wordt financieel mede mogelijk gemaakt door het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij (EFMZV)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achtergrond

Met het invoeren van de aanlandplicht worden vissers verplicht alle gevangen vis aan te landen. Het doel achter deze maatregel is vissers te bewegen selectiever te gaan vissen. De sector heeft moete met deze maatregel omdat de ondermaatse vis van het beschikbare quotum wordt afgetrokken zonder dat daar een redelijke vergoeding tegenover staat. De verwachting is dat het quotum hierdoor zeer snel uitgeput zal raken en schepen niet meer mogen uitvaren. Een andere reden waarom de sector hier moeite mee heeft is omdat een deel van de normaal teruggegooide vis dit proces overleeft. Wanneer al deze vis aangeland wordt overleeft deze het sowieso niet. In het Gemeenschappelijk Visserij Beleid is opgenomen dat uitzonderingen mogelijk moeten zijn voor soorten die een ‘hoge overlevingskans’ hebben. Een heldere definitie van deze ‘hoge overlevingskans’ is er echter nog niet.

 

In 2014 en 2015 zijn twee projecten uitgevoerd met als doel het aantonen van overleving van tong en schol discards en het verbeteren van overleving door aanpassing van de verwerkingslijn aan boord. Er is veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van een internationaal erkende proefopstelling en onderzoeksprotocol. Op basis van uitgevoerde onderzoeksreizen kunnen voorlopige conclusies uit getrokken worden:

 

  1. Met de gebruikte proefopstelling en protocol is het mogelijk overleving van discards aan te tonen.
  2. Tong, schol en schar discards hebben kans op overleving. Voor tong is deze kans het grootst al kan de overleving behoorlijk verspillen per reis.
  3. Er zijn kansen voor het verhogen van overleving door het aanpassen van het verwerkingsproces aan boord.
  4. De tot nu toe geteste aanpassingen aan de verwerkingslijn hebben nog weinig aantoonbare verbetering opgeleverd.
  5. De overlevingskans van verschillende soorten lijkt samen te hangen met verschillende omgevingsfactoren. Er is momenteel te weinig data om deze relatie te kunnen beschrijven

 

Bovendien is meer onderzoek nodig naar aanvullende soorten waar nog zeer weinig over bekend is: rog, tarbot, griet en Noorse kreeft.

 

Doelstelling en activiteiten

Het hoofddoel van het project Overleving II is het aantonen van overleving en deze indien nodig en mogelijk te verbeteren d.m.v. aanpassingen aan de verwerking aan boord. Dit moet bijdragen aan de onderbouwing van een beroep op uitzondering van de aanlandplicht voor soorten met hoge overlevingskans. Om dat te realiseren wil VisNed binnen het project:

 

  1. Aanvullende dataverzameling met betrekking tot overleving van schol en tong, zoveel mogelijk representatief met betrekking tot o.a. locatie en seizoen, zodat de relatie tussen omgevingsfactoren en overleving beter in kaart kan worden gebracht. Deze informatie is belangrijk omdat dit verdere verbeterpunten identificeert ten aanzien van de overleving van discards.
  2. De overlevingskansen voor aanvullende soorten rog, tarbot en griet beter in beeld brengen.
  3. Verkenning van de overlevingskansen van de aanvullende soort Noorse kreeft. Dit gebeurt door middel van een literatuurstudie van bestaande onderzoeksresultaten om de best mogelijke schatting van de overlevingskans te geven. Hierbij worden ook de noodzaak en de mogelijkheden van aanvullend onderzoek verkend.
  4. Het ontwikkelen van verbeteringen in het vangstverwerkingsproces aan boord die tot een hogere overleving van discards leiden. Hiervoor worden de niet natuurlijke factoren in beeld gebracht die hierop van invloed zijn en wordt de relatie tussen deze factoren en de overlevingskans in beeld gebracht.

 

Financiering

Het project is voor een bedrag van € 600.000,- gefinancierd vanuit subsidies en 75% daarvan komt uit het Europees Fonds voor Maritieme zaken en Visserij. De sector zelf draagt € 242.019,- bij aan het project.

 

Actuele planning voor 2017 Onderzoeksreizen overleving

 

Onderzoeks-
reis

Weeknummer

Startdatum
(maandag)

Schip

 

 

 

 

1

18

01-mei-17

UK33

2

21

22-mei-17

GO23

3

24

12-jun-17

TX3

4

28

09-jul-17

TX3

5

36

03-sep-17

GO23

6

40

01-okt-17

UK33

7

44

29-okt-17

TX3

8

48

26-nov-17

GO23

9

 

nader te bepalen

 

 

Juli: drie reizen afgerond en bijeenkomst klankbordgroep

 

We kijken terug op twee geslaagde bijeenkomsten van de klankbordgroep van het overlevingsonderzoek, dat in opdracht van VisNed wordt uitgevoerd. Onlangs zijn de eerste drie onderzoeksreizen van het project uitgevoerd en is de monitoring van de vis in het laboratorium afgerond. VisNed onderzoekt op deze reizen de overlevingskans van schol, tong, tarbot, griet, en rog. En VisNed onderzoekt daarnaast ook verbetermaatregelen om de overleving zo ver mogelijk te verhogen, zodat een uitzondering op de aanlandplicht aangevraagd kan worden. Daarbij is de vraag aan de orde wat een “hoge overleving” is, zoals dat in de regelgeving is geformuleerd. In een ander onderzoeksproject van VisNed, Best Practices II, wordt deze kwestie behandeld door te onderzoeken wat het effect van overleving en het al dan niet aanlanden van ondermaatse vis op de bestanden is.

 

Op de eerste bijeenkomst op vrijdag 7 juli was het onderwerp de onderzoeksmethodiek. Diverse aspecten die hierbij komen kijken werden uitgebreid besproken, en enkele suggesties zullen verder uitgewerkt worden voor de komende reizen. Vervolgens werd het laboratorium in Yerseke waar de vissen worden gehouden tijdens de observatieperiode bezocht. Op de tweede bijeenkomst op zaterdagochtend 15 juli werden de eerste resultaten besproken, en volgde er een discussie over de maatregelen waarmee de overleving zover mogelijk kan worden verhoogd.

 

In Visserijnieuws van vrijdag 21 juli 2017 zal een artikel verschijnen waarin de eerste uitkomsten en de verbetermaatregelen in dit onderzoeksproject van VisNed uitgebreider worden besproken.

 

VisNed bedankt de deelnemende schepen de GO-23, de UK-33 en de TX-3 voor hun inzet.

 

Indien u concrete suggesties heeft voor het verhogen van de overleving, of om uw interesse voor de klankbordgroep kenbaar te maken, neemt u contact op met visned@visned.nl.

 

April 2017; start onderzoeksreizen overleving

 

De onderzoeksreizen voor overleving worden uitgevoerd met drie pulskotters; de UK-33, de GO-23, en de TX-3. Voor 2017 staan in totaal 9 onderzoeksreizen gepland.

 

De afgelopen weken zijn de aanpassingen aan de stortbakken aangebracht en de voorzieningen voor de plaatsing van de overlevingsunits aangebracht.

 

De UK33 start als eerste met een onderzoeksreis naar de overleving in week 18.

Na de onderzoeksweek aan boord worden de verzamelde ondermaatse vis nog twee weken gemonitoord in het laboratorium bij Wageningen Marine Research in Yerseke.

 

Tijdens de eerste 3 onderzoeksreizen zal gekeken worden naar:

  • overleving bij trekken van 120 minuten traditioneel; stortbak zonder aanpassingen
  • overleving bij trekken van 120 minuten met aangepaste stortbakken; aanpassingen aan de stortbakken verschillen per schip, maar in ieder geval met water.
  • overleving bij trekken van 90 minuten traditioneel; stortbak zonder aanpassingen

 

Maart 2017; Aanvoer controle vissen

 

Voor het overlevingsonderzoek aan boord van de GO23, UK33 en TX3 zijn door de TH10 en de OD3 in week 11 zogeheten ‘controlevissen’ aangevoerd en overgebracht naar Wageningen Marine Research te Yerseke. Het betreft tong, schol, stekelrog en tarbot.

 

‘Controlevissen’ zijn speciaal voor het onderzoek gevangen en hebben al een tijdje in het laboratorium geleefd en hebben het opvissen overleefd. Als in de controlegroep plotseling hoge sterfte zou optreden, dan is dit een aanwijzing dat de leefomstandigheden tijdens de onderzoeksreizen in de bakken mogelijk niet goed zijn.

 

Een uitgebreide uitleg over de onderzoeksmethode is te vinden in een artikel in Visserijnieuws van 4 april.

 

 

Februari 2017

 

Na maanden vertraging is de benodigde dierproefvergunning eindelijk rond en kunnen er stappen gemaakt worden in het project