Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Sectorgegevens over aanvoer en samenstelling rog-discards belangrijk voor discussie over kwetsbare soorten

vrijdag 20 oktober 2017

Vanuit milieubeleid wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de bescherming en het herstel van kwetsbare soorten. Haaien en roggen vallen onder deze categorie omdat ze gekenmerkt worden door een langzame groei, late geslachtsrijpheid en lage reproductie. In het algemeen wordt aangenomen dat de populaties van deze dieren in de Noordzee in slechte staat verkeren. Deze veronderstelling is niet in lijn met wat de vissers daadwerkelijk zien. Eigen sectorgegevens over de aanvoer en samenstelling van rog-discards in de Nederlandse pulsvisserij blijken in deze controverse een zeer waardevolle bron van informatie te zijn.

Op 11 oktober organiseerde het ministerie van Economische Zaken een internationaal overleg over de toekomst van het beleid voor haaien en roggen in Nederland en de EU. Jonathan Shriver van de Europese Commissie lichtte de problematiek van het huidige beleid voor deze soorten toe.

Rog wordt op dit moment beheerd onder een “groepsquotum”, d.w.z. dat wat betreft uitputting van het quotum er geen onderscheid gemaakt wordt tussen de verschillende soorten die aangevoerd worden. Deze aanpak houdt dus weinig rekening met de status van de individuele soorten en biedt onvoldoende bescherming voor soorten die er minder goed voor staan. Er wordt dan ook door verschillende organisaties gepleit om van het groepsquotum af te stappen en te kijken naar mogelijkheden om quota vast te stellen voor een subgroep of zelfs individuele soorten. Hierdoor zou het bijvoorbeeld mogelijk zijn om een hoger quotum te krijgen voor soorten waar het goed mee gaat, zoals stekelrog, maar juist een beperkter quotum voor soorten waar de bestandsschattingen negatieve trends laten zien.

Het grote probleem van een dergelijke aanpak is het structurele tekort aan data voor deze soorten. Door het tekort aan data kiest de Europese Commissie voor een preventieve aanpak bij de vaststelling van jaarlijkse vangstadviezen. Hierdoor zijn de afgelopen jaren de vangstmogelijkheden (TAC) systematisch gereduceerd.

Door de lage quota bestaat er een zeer groot risico dat rog in 2019 onder de aanlandplicht een ‘choke species’ zal worden, wat betekent dat wanneer het rog-quotum is uitgeput de visserij gestaakt moet worden. Wanneer we het groepsquotum zouden opsplitsen krijgen we in de plaats van één potentiele “choke species” een hoeveelheid aan potentiele “choke species”. Een dergelijke aanpak zou voor de sector dus enkel voor meer problemen zorgen. Dit werd gelukkig wel erkend door de aanwezige experts.

Toch is het belangrijk dat we blijven zoeken naar alternatieve oplossingen voor het groepsquotum en duurzaam beheer van rog in het algemeen. In het overleg worden enkele belangrijke elementen naar voren gebracht waarin de sector een cruciale rol speelt. Zo wil men meer onderzoek naar overleving en is er een grote behoefte aan het verkrijgen van vangstgegevens uit de vloot.

De EFMZV-projecten van VisNed spelen hier goed op in en Jurgen Batsleer van VisNed presenteerde de opzet en voorlopige cijfers van overleving voor stekelrog. Daarnaast werden ook de resultaten uit de discardreizen gepresenteerd, waarin we aantonen dat 80 tot 90% van de vangst gediscard wordt hoofdzakelijk vanwege de restrictieve TAC. Deze resultaten geven een gedetailleerd beeld van de totale vangst aan rog gedurende de visreis en kunnen op termijn een waardevolle toevoeging zijn voor de bestandschattingen van rog.

De presentatie zal ook gedeeld worden binnen een overleg dat deze week plaats vindt in Brussel van het wetenschappelijk, technisch en economisch comité voor de visserij van de Europese Commissie (STECF). Het overleg is gericht op het evalueren van alternatieve beheer strategieën voor haaien en roggen. Verder zal Geert Meun van VisNed eind oktober deelnemen aan een overleg dat specifiek in zal gaan op de mogelijkheden van selectiviteit en overleving als middel om ‘choke’ situaties onder de aanlandplicht te voorkomen. Het is belangrijk om als sector nauw betrokken te blijven in deze gesprekken en met eigen data aan de slag te gaan zodat ze bij kunnen dragen aan het vinden van effectieve oplossingen voor het beheer van deze soorten.

← Overzicht