Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Britse minister van Visserij: “I want a clear Brexit with a soft landing”

vrijdag 20 oktober 2017

Tijdens de afgelopen woensdag in Londen gehouden Algemene jaarvergadering van de National Federation of Fishermen’s Organisations (NFFO) was de Britse minister voor Visserij George Eustice de gastspreker. Uiteraard ging het uitgebreid over de aanstaande Brexit. De teneur van zijn verhaal: na maart 2019 is het Verenigd Koninkrijk (V.K.) een onafhankelijke kuststaat en dat biedt veel perspectief!

Geert Meun en Andries de Boer waren bij de speech van Eustice aanwezig. Hieronder brengen zij verslag uit van zijn betoog.

Bekend is dat deze minister tijdens de campagne die vooraf ging aan het referendum behoorde tot het “Leave-kamp”. Hij stak niet onder stoelen of banken dat hij grote voordelen zag indien het Verenigd Koninkrijk uit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid zou stappen. Tijdens zijn inleiding bij de NFFO gaf Eustice aan dat hij zo duidelijk mogelijk wilde zijn: “Na maart 2019 zijn we uit het Gemeenschappelijk Visserijbeleid gestapt en zijn we volgens de regels van UNCLOS een onafhankelijke kuststaat met een eigen verantwoordelijkheid op het gebied van visserijbeheer. Ook heeft het V.K. eerder dit jaar de London Fisheries Convention opgezegd wat betekent dat we exclusief beheer krijgen over onze 12-mijlszone.”

Eustice meent dat de overgangsperiode in de relatie tussen de EU en het V.K., waarover premier Theresa May onlangs sprak, niet gaat gelden voor de visserij. “Er wordt op dit moment geschreven aan een Fisheries Bill waarmee het V.K. gezag krijgt over (toegang tot) de eigen wateren en toewijzing van quota. En autoriteit krijgt over de beheersmaatregelen en het toezicht daarop.” Eustice kondigde aan dat hij voor het eind van dit jaar met een position-paper komt en dat de nieuwe visserijwet in de loop van 2018 in behandeling genomen wordt.

De minister erkende dat het V.K. een overeenkomst nodig heeft met de EU, met name op het gebied van handel en werkverkeer. Ook in het visserijbeheer zal samenwerking nodig blijven waarbij Eustice op de Noordzee EU-Noorwegen-VK-onderhandelingen voorziet en in het Engelse Kanaal EU-VK-overeenkomsten. Maar aan alles is te merken dat de minister veel verwacht van de sterkere positie, want toegang tot wateren moet ook leiden tot faire aandelen in de TAC’s.

Voor de NFFO geldt dat Noorwegen als voorbeeld wordt gezien. In het V.K. zijn 11.000 vissers op een bevolking van 70 miljoen. In Noorwegen ook 11.000 vissers op een bevolking van 5 miljoen. In Noorwegen is men heel trots op de visserij die gezien wordt als een heel belangrijke voedselproducent. De Noorse visserijvertegenwoordigers worden bij elk overleg en besluit betrokken en maken in de onderhandelingen met andere landen deel uit van de onderhandelingsdelegatie. De NFFO bespreekt de post-Brexit-periode met het Britse ministerie DEFRA (Department for Environment, Food and Rural Affairs). Op het gebied van de aanlandplicht wil het V.K. ook nadrukkelijk kijken naar de in Noorwegen toegepaste discardsban in plaats van de onwerkbare Europese aanlandplicht.

Vanuit de NFFO werden ook zorgen geuit. Is de betekenis van de visserij niet te klein zodat deze straks als wisselgeld richting EU wordt gebruikt om bijvoorbeeld een deal te sluiten ten behoeve van het Londense Financiële centrum? Kortom: dezelfde zorgen die er in Europa ook leven; wordt de visserij straks in het grote krachtenveld van een allesomvattende overeenkomst niet geslachtofferd? VisNed onderkent dit zeker en vandaar dat er voortdurend in The European Fisheries Alliance (EUFA, het samenwerkingsverband van de visserijsector uit 9 EU-landen gericht op Brexit) op gewezen wordt dat toegang tot de wateren gekoppeld moet blijven aan toegang tot de Europese markt. 

← Overzicht