Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Demersale Werkgroep NSAC: hoe in vredesnaam verder met de aanlandplicht?

vrijdag 20 oktober 2017

Donderdag 19 oktober kwam de Demersale werkgroep van de Noordzee Adviesraad (North Sea Advisory Council - NSAC) bijeen, deze keer in Brussel. Zoals onderhand gewoonlijk veel aandacht voor de Aanlandplicht waarbij we nog maar 14 maanden verwijderd zijn van de fatale datum en de paniek onderhand echt toeslaat: hoe moeten we een catastrofe voorkomen?

In de Demersale werkgroep (met daarin vertegenwoordigers van de visserijindustrie uit omliggende landen en NGO’s) wordt, onder voorzitterschap van de directeur van de NFFO uit Engeland, Barrie Deas, allerlei zaken in Europees verband besproken die verband houden met de Noordzeevisserij op rondvis, platvis en Noorse kreeft. VisNed was, zoals altijd, vertegenwoordigd door Pim Visser en Geert Meun.

Discardban

Het onlangs met inbreng van VisNed gepubliceerde NSAC-advies over de aanlandplicht is vorige week gepresenteerd aan de Noordzee-lidstaten, verenigd in de Scheveningengroep. Namens de NSAC was Pim Visser hierbij aanwezig. In het document worden verschillende zaken genoemd die nodig zijn om straks een werkbare discardsban te hebben. Naast voldoende quota om chokespecies te voorkomen, zullen ook TAC’s van meerdere soorten bij elkaar gebracht moeten worden. En een belangrijk middel is het schrappen van TAC’s, wat bij schar/bot op de Noordzee al gebeurd is.

Vanuit de Scheveningengroep was er waardering voor het advies van de NSAC, maar om eerlijk te zijn: voor waardering kopen we niet zoveel. Want uit alles blijkt dat we in Europa op 1 januari 2019 niet klaar zullen zijn voor een volledige implementatie van een de aanlandplicht. Vanuit VisNed is gerefereerd aan het in mei aan Visserijcommissaris Vella overhandigde document waarin de Nederlandse situatie haarfijn is uitgelegd. In mei ingediend, we zijn nu in oktober en nog steeds geen reactie van de Europese Commissie. Tekenend voor de sfeer tijdens de discussie waren de regelmatig geuite woorden “Big bang” en “Perfect Storm”.

De werkgroep besloot tot het opzetten van de Choke Mitigation Tool, waarbij per vissoort en per lidstaat exact wordt vastgesteld in welke omvang de aanlandplicht pijn gaat doen. Net als bij de westelijke wateren zal VisNed deelnemen in deze sessies voor de Noordzee om de Nederlandse problematiek goed naar voren te blijven brengen.

Op 15 november organiseert de Europese Commissie een omvangrijke workshop over de implementatie van de aanlandplicht. VisNed neemt deel aan deze workshop en heeft de Commissie aangeboden om de resultaten uit de VisNed-projecten Overleving en Best Practices te presenteren. Maar duidelijk is dat in Europa veel meer instrumenten nodig zijn om verder te komen met de aanlandplicht. En de tijd is nu al te kort. Alle betrokkenen (Europese Commissie, Lidstaten, Industrie, NGO’s, Adviesraden, Controlediensten etc.) zullen over hun schaduw heen moeten stappen en echt meer dan heel flexibel moeten opereren om begin 2019 een ramp te voorkomen.

Technische Maatregelen

Ook van de update over de nieuwe Europese regeling voor Technische Maatregelen werd de werkgroep niet vrolijk. Want ondanks dat er sinds vorig jaar een pragmatisch voorstel van de Commissie ligt, dat nadrukkelijk voorsorteert op een aanzienlijke vereenvoudiging en mogelijkheden voor innovatie, zoals de pulsvisserij.

Na de raad van ministers die in mei haar positie heeft bepaald, heeft het Europees Parlement maar liefst 740 amendementen geproduceerd. Hierdoor dreigt de belangrijkste pijler, een aanzienlijke vereenvoudigde basistekst met per regio een pragmatisch ingevulde bijlage, te verdwijnen.

Het Europees Parlement noemt zelfs een terugkeer van de lijst met doelsoortpercentages in relatie tot het gebruik van bepaalde maaswijdtes. Een van de bepaling in de huidige verordening die voor veel ellende in het beheer en onnodige discards zorgt. Het zou een grote flater zijn als deze lijst terugkeert.

Vanuit de Werkgroep is terecht opgemerkt dat het Europees Parlement veel te ver gaat door zich tot in detail te bemoeien met de manier waarop de bestanden bevist worden door de verschillende vloten. Want de insteek van de nieuwe verordening Technische Maatregelen was juist om algemene richtlijnen op te stellen, met per regio een verdere invulling.

Door het overleg over de enorme hoeveelheid amendementen en de te starre opstelling van het EP wordt het besluitvormingsproces verder vertraagd. Een eerste stemming staat op 28 november in de Visserijcommissie gepland en een plenaire behandeling pas in februari 2018.

Noordzeeplan

Het is nog steeds de ambitie om voor het einde van het jaar één gezamenlijk Europees beheerplan gereed te hebben. Dat plan geldt voor gemengde soorten op de Noordzee en wordt gesteund door de Europese Commissie, Visserijministers van landen rond de Noordzee en het Europees Parlement. Maar het begint het er steeds meer op te lijken dat dit veel meer tijd in beslag gaat nemen. Dit houdt ook verband met het vergaande mandaat waartoe het Europese Parlement besloten heeft. In de Trilogen zal het Parlement toch meer richting Europese Commissie en Raad van ministers moeten bewegen, anders dreigt het een langdurig en moeizaam proces te worden. Geen blij vooruitzicht, maar de insteek van VisNed is liever vasthouden aan beheerplannen per vissoort, dan een slecht beheerplan waar teveel soorten in ondergebracht worden en waar de zwakste schakel de visserijmogelijkheden ernstig gaat beknotten.

← Overzicht