Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Verenigd Koninkrijk en Noorwegen zoeken innige samen-werking

vrijdag 6 oktober 2017

Ondanks dat de Britse premier May vorige week een overgangsregeling van tenminste 2 jaar bepleitte, zijn veel partijen drukdoende zich te oriënteren op de post-Brexit periode. In de visserij is het niet anders. En dat zal een hoop veranderingen met zicht mee brengen. Want de Europese Unie wordt op de Noordzee van belangrijkste speler ineens de kleinste partij. Tijdens een studiereis naar Noorwegen is uitgebreid ingegaan op de Noorse situatie en de situatie na de Brexit.

De National Federation of Fishermen’s Organisations (NFFO), waar Geert Meun zitting heeft in het bestuur, organiseerde een studiereis om zich op de Brexit voor te bereiden. In Oslo en Bergen waren er ontmoetingen met vertegenwoordigers van het ministerie van Visserij, de Noorse Visserijorganisaties, het Fiskeridirectoraat en het onderzoeksinstituut. En daarbij is ook uitgebreid ingegaan op de manier waarop Noorwegen haar visserij heeft georganiseerd.

Visserij van grote economische waarde

Uit de presentaties en discussies blijkt dat visserij in Noorwegen nog steeds een belangrijke pijler is, ondanks dat het aantal vissers en aantal schepen aanzienlijk afgenomen is. Zo waren er in 1950 nog 120.000 vissers, vandaag de dag 11.000. Belangrijkste kernpunten voor het Noorse Visserijbeleid zijn: een winstgevende sector en zoveel mogelijke diversiteit in schepen, vangstmogelijkheden, verwerking/afzet en grote spreiding over de visserij-communities van noord naar zuid.

Quota zijn geen privaat bezit. De licentie, nadrukkelijk verbonden aan het schip, geeft in principe de toegang tot de visserij. Een deel van het quotum wordt apart gehouden voor nieuwkomers. Het systeem van visafslagen kent men niet, er zijn over het land verspreid 6 grote salesorganisaties die min of meer de rol van een PO vervullen en contracten afsluiten voor de afzet van de vangsten.

Belangrijkste demersale vissoort is kabeljauw. Noorwegen heeft hiervan dit jaar een quotum van 396.000 ton in Noorse wateren en Barentszzee (ter vergelijk: het EU-quotum op de Noordzee is slechts 32.553 ton). De omzet van de vloot (pelagisch en demersaal) bedraagt 20 miljard NOK (€ 2,2 miljard) maar de omzet van de aquacultuursector (kweek Noorse zalm) is 70 miljard NOK (€ 7,5 miljard).

Heffing voor bevissen visbestanden

In Noorwegen wordt op dit moment in het parlement een rapport besproken waarin een aantal aanbevelingen staan over de toekomst van de visserij. Duidelijk is dat de visserij haar positie versterkt ten opzichte van de teruglopende olie- en gaswinning. Maar net als bij olie en gas vindt men in Noorwegen dat de natuurlijke rijkdommen uit de zee toebehoren aan de maatschappij. Nu het de visserij economisch heel goed gaat (nieuwbouw vindt op grote schaal plaats) wordt gesproken over een “Resource rent-taxation-system”, zeg maar het betalen van een heffing voor het bevissen van de visbestanden. Een vertegenwoordiger van de visserijorganisatie zei zelfs dat het geen vraag was of deze tax er zou komen maar meer een kwestie van wanneer.

Geen NGO’s in Noorwegen

Opvallend is de rol van NGO’s in het Noorse visserijdebat, of beter gezegd het ontbreken daarvan. Desgevraagd werd aangegeven dat de rol van NGO’s altijd al marginaal is geweest en dat hier ook geen verandering in lijkt te komen. Zo heeft PEW (die met vele miljoenen dollars uit Amerika in Europa politici en publiek bewerken) wel geprobeerd in Noorwegen een voet aan de grond te krijgen maar zij hebben hun pogingen gestaakt. Volgens de Noorse overheid hebben de NGO’s geen rol; in het Noord-Atlantisch deel worden de visbestanden duurzaam beheerd en er zijn voldoende data beschikbaar. Wat zou het een zegen zijn  wanneer binnen de EU deze houding ook gevolgd werd!

Discardsban

Uitgebreid is van gedachten gewisseld over de Noorse equivalent van de Europese aanlandplicht. In Noorwegen is men hiermee in 1987 begonnen met één soort: Kabeljauw. In de meer dan 20 jaar daarna, tot 2010 is de Discardsban uitgebreid tot haar huidige situatie. Bedenk hier wel dat de visserijen in Noorwegen simpeler in de uitvoering zijn met in de regel een gerichte visserij op één soort en een bijvangst van enkele soorten. Heel wat anders dan onze gecompliceerde gemengde visserij op de Noordzee of in het Kanaal.

Uitgangspunt bij de Noorse discardsban is dat het vissersvaartuig zijn visserijpatroon in stand moet kunnen houden. Hierop worden de quota afgestemd. Bijvangstsoorten waarvan op enig moment geen quota meer beschikbaar zijn moeten toch aan land gebracht worden. Van de opbrengst gaat dan maximaal 20% naar de aanvoerder (bij duurdere soorten minder) de restantopbrengst wordt gebruikt voor algemeen nut, zoals het bekostigen van visstand-onderzoek.

Er wordt een grote verantwoordelijkheid neergelegd bij de schipper van het vissersvaartuig. Hoe anders is het in Europa: een welhaast in beton gegoten regelgeving van bovenaf met een ultrakorte implementatietermijn dat wel moeten tot een catastrofe vanaf 2019.

Visserijovereenkomsten

Noorwegen sluit met veel partijen bilaterale visserijoverkomsten voor de verdeling van vangstrechten en de toegang tot andermans wateren. Voor de landen rond de Noordzee is de EU-Noorwegen-overeenkomst van groot belang. Echter, voor Noorwegen vertegenwoordigd deze maar een economische waarde van 10% van de gesloten overeenkomsten.

Verreweg de belangrijkste is de deal die jaarlijks met Rusland gesloten wordt voor de kabeljauwvisserij in de Barentszzee. Deze vertegenwoordigd maar liefst 60% van de economische waarde. De Noren zijn er trots op dat vertegenwoordigers van de aanvoersector ook volwaardig lid zijn van de Noorse delegatie die aan de onderhandelingstafel zitten.

Brexit

Belangrijkste onderwerp van bespreking was uiteraard de gevolgen van de Brexit. Op enig moment na 1 april 2019 en eventueel de overgangsperiode, die wat ons betreft natuurlijk niet lang genoeg kan duren, wordt het Verenigd Koninkrijk een onafhankelijke kuststaat die haar eigen Visserijbeleid vorm gaat geven. Kortom: ten behoeve van het beheer op de Noordzee zitten straks 3 partijen aan tafel waarbij, kijkend naar het areaal aan water de EU de kleinste van de 3 is.
Het betekent niet dat het Verenigd Koninkrijk gelijk een heel andere koers gaat varen, immers ook dit land zal haar verplichtingen wat betreft een duurzaam beheer van visbestanden nakomen.

Ook de aanlandplicht zal voor de Britten niet verdwijnen, we moeten niet vergeten dat het V.K. de grote animator is geweest van de huidige aanlandplicht. Maar een aanlandplicht in zijn huidige vorm is zeer de vraag. 

Verder zijn er duidelijke zaken te noemen waar het Verenigd Koninkrijk veranderingen ziet. Ten eerste de toegang tot de 12 mijlszone die men wel exclusief wil gaan reserveren voor de eigen vissers. Maar ook de toedeling van quota moet anders nu vloten van andere landen tot wel 75 % van de tijd actief zijn in Britse wateren en andersom niet meer dan 30-35 %.

Het Noorse ministerie gaf wel aan dat een visserijovereenkomst als basis moet hebben dat toegang tot elkaars wateren dan in principe vrij moet zijn. En ook de link: toegang tot de markt in relatie tot toegang tot de wateren is logisch, aldus het hoofd van de Noorse onderhandelingsdelegatie Ann-Kristin Westberg. Ten aanzien van Brexit vindt Noorwegen dat er voor geen van de partijen een vacuüm moet ontstaan. Zaken dienen pas gewijzigd te worden als een overeenkomst ligt.

Referentievloot

Zowel de visserijorganisaties als ook het onderzoeksinstituut maakten melding van de constructieve samenwerking tussen praktijk en wetenschap. Sinds begin jaren 90 wordt er gewerkt met een zogenaamde referentievloot. 23 vaartuigen kleiner dan 24 meter en 14 schepen groter dan 24 meter die jaarlijks hun data over alle visserijactiviteiten beschikbaar stellen om zodoende een zo getrouw mogelijk beeld van ontwikkelingen op zee in kaart te brengen.

Het zwaartepunt ligt hierbij op de economisch belangrijkste soorten en veel minder op de onbelangrijke bijvangstsoorten. Meermalen vielen de woorden: ‘trust’ en ‘responsibility’; vertrouwen en verantwoordelijkheid. Het is een bekend gegeven dat Noorwegen vindt dat zij het visserijbeheer heel goed op orde heeft. Dat willen ze ook graag aan anderen duidelijk maken.

Tenslotte kregen we in de vorm van een presentatie inzicht in toezicht en controle van het Fiskeridirectoraat dat hiervoor verantwoordelijk is. In Noorwegen vindt, naast administratieve processen, vooral fysiek toezicht plaats op zee. Daarvoor zijn op volle zee 13 controleboten beschikbaar, waarvan 5 uitgerust met een helikopterdek.

De komende jaren worden een aantal van deze boten vervangen, hiermee is een bedrag van meer dan 200 miljoen euro gemoeid. Ook werden uitkomsten van controleactiviteiten gedeeld: In de Noordzee en Noorse zee waren in 2016 1.767 inspecties uitgevoerd. Hierbij werden 303 waarschuwingen uitgedeeld en werden 52 zaken voor vervolging aanhangig gemaakt bij de politie. Hiervan waren 20 buitenlandse schepen.

Conclusie

Voor de visserij op de Noordzee staat in verband met de Brexit een turbulente periode voor de deur. Het was daarom een leerzame trip. Uit alles valt op te maken dat in die context het Verenigd Koningrijk en Noorwegen heel dicht tegen elkaar aan willen gaan schuren. Aan ons binnen het resterende deel van de EU en dus ook aan VisNed de opdracht om niet alleen alert te blijven en onze punten voortdurend te benoemen maar ook vooral eenheid te tonen.

← Overzicht