Contact informatie

Postbus 59
8320 AB URK
Telefoon: 0527-684141
Fax: 0527-684166

Wetenschappelijk advies basis van toekomstig beheer?

vrijdag 21 juli 2017

Tijdens de vergadering van de Demersale werkgroep van de Noordzee-Adviesraad (NSAC) in Edinburgh heeft de vicevoorzitter van ICES, de Canadees Ghislain Chouinard, de recente adviezen gepresenteerd. Met name de vertegenwoordigers uit de visserijsector uitten grote zorgen over de gevolgen hiervan. Voor VisNed geldt nog steeds: ‘wie het begrijpt mag het zeggen’.

Tijdens de presentatie van de ICES-adviezen is de teneur weer eens bevestigd: de bestanden op de Noordzee doen het heel goed maar de ICES-adviezen voor 2018 laten verlagingen in de TAC’s zien. Met als koploper de schol met een verlaging van 35 %. Dit blijft voor iedereen een onbegrijpelijke zaak. Guus Pastoor van de Visfederatie: “voor mij is het niet uit te leggen aan de retailers en kopers. Het gaat goed met het bestand maar toch een verlaging van 35 %. Dat leidt tot grote onzekerheid. Hoe ziet de toekomst eruit? Kan ik nog wel investeringen doen in de scholmarkt? Allemaal vragen die bij de handelaren en verwerkers van schol aan de orde komen.”

VisNed heeft grote vraagtekens bij het advies over Noordzee-schol. Bestudering van het assessment heeft inmiddels geleerd dat de wetenschap een negatieve bijstelling van het paaibestand heeft doorgevoerd; de stock in 2017 is met 100.000 ton verlaagd ten opzichte van de voorspelling in 2016. En dat terwijl de wetenschap het bestand nog steeds typeert als historisch hoog.

En daarom blijft het statement van VisNed over het advies van min 35 %: “wie het begrijpt mag het zeggen”. En voorlopig lijkt alleen ICES dat te zijn. Ghislain Chouinard van ICES verwees naar de procedures en methodes zoals deze binnen ICES afgesproken zijn. Dat geldt ook voor het bijstellen van B-trigger, zeg maar het minimum paaibestand. De vergadering constateerde dat er een verwijdering dreigt tussen de wetenschappelijke benadering en de praktische invulling van het beheer van bestanden. Het gevoel bestaat dat binnen ICES voortdurend wordt gesproken over procedures en rekenmethodes maar de vraag is of hierbij wel rekening wordt gehouden met alle scenario’s.

De vraag is namelijk of de afgesproken methode wel voldoende rekening houdt met een bestand dat maar blijft doorgroeien. Welke correctie wordt er doorgevoerd om een onrealistisch referentiepunt te voorkomen? De visserijvertegenwoordigers in deze NSAC-werkgroep pleitten ervoor om meer te kijken naar de trends in ontwikkelingen van de stocks. Daarbij zou een systeem ontwikkeld moeten worden dat, als een visbestand ruim binnen de groene zone beheerd wordt, geen kortingen in de TAC doorvoert.

Om al deze zaken inhoudelijk goed te bespreken besloot de Noordzee-adviesraad tot het organiseren van een workshop in het najaar waarvoor naast de leden van NSAC ook de wetenschap en de Europese Commissie wordt uitgenodigd.

“Overbevissing”

Over het begrip “overbevissing” wordt al enige tijd gediscussieerd, zo ook tijdens de Noordzee Adviesraad. NGO’s misbruiken deze term voortdurend in hun beleidsstukken en media-uitingen. Zij spreken van overbevissing zodra een TAC wordt vastgesteld die een fractie afwijkt van het wetenschappelijk advies of dat bij de sterfte door de visserij MSY nog niet is behaald.

Maar dan is er wetenschappelijk zeker geen sprake van overbevissing. Ghislain Chouinard van ICES gaf desgevraagd aan dat op de Noordzee alleen bij zeebaars sprake zou kunnen zijn van overbevissing. Alle andere bestanden worden duurzaam beheerd, waarvan de meeste volgens de strengste MSY-bepalingen. De visserijvertegenwoordigers riepen op tot een zorgvuldiger gebruik van deze term maar waarschijnlijk zullen de meeste NGO’s weinig boodschap hebben aan deze oproep. Voor hen is het bespelen van de publieke opinie, ook al is dat door middel van verkeerde informatie, van “levensbelang” voor het bestaan van hun organisatie.

← Overzicht